zondag 22 november 2009

Opdracht : de dag van gisteren

Herinneren
Gisteren was weer een heel drukke dag. Om 9u moest ik in Hasselt zijn voor onze WO dag.
Ik moet zeggen dat ik daar weer een beetje wijzer geworden ben over wat men eigenlijk verwacht van het vak WO.
De motivatie van de leerkrachten straalt er echt vanaf. Men wil ons effectief laten inzien dat dit vak super belangrijk is in de ontwikkeling van een kind en dat je daar als leerkracht een heel belangrijke rol in speelt. Vond het mooi om te zien dat de gedrevenheid van de leerkracht er voor kan zorgen dat jezelf opnieuw motivatie vind om er net als hun volledig voor te gaan.

Na de les had ik met mijn vriendin afgesproken om al wat kerstinkopen te doen. Door ons ontzettend druk schema moesten we nu wel gaan, er waren geen andere dagen meer vrij.

Na het shoppen hadden de ouders van mijn vriendin eten voorzien, we konden dus direct aanschuiven aan te tafel.
Ik had ook beloofd om Sarina mee te helpen haar klasje in te richten voor Sinterklaas. Ze is enkele jaren geleden ook afgestudeerd als kleuterjuf hier op de Khlim.

's avond waren we uitgenodigd op een feestje. Je ziet dat alles in een ijltempo elkaar opvolgt.

Erkennen
Ik denk dat de hulp aan mijn vriendin wel iets is wat ik kan beschrijven als iets heel belangrijk.
Samen een klasje inrichten voor het thema Sinterklaas. Ervoor zorgen dat die peutertjes maandag een waaw gevoel krijgen als ze zien wat er allemaal voor hun gemaakt is.

Herkennen
Zoals ik hierboven reeds gezegd heb denk ik dat de gezichtjes van die peutertjes boekdelen zullen spreken. Dit is iets wat men niet verwacht en zal voor vele echt supertof zijn. Sarina zei al dat die peutertjes over niets anders meer spreken de laatste weken.
Je geeft die kinderen een goed gevoel, zorgt dat ze in een veilige omgeving zitten.
God wil volgens mij ook voor iedereen een veilige omgeving. Het gaat hier niet enkel om de pakjes en de snoepjes.
Peuters hebben het soms moeilijk als ze het klasje binnenkomen, maar dit zal nu helemaal anders zijn.
Jezus was er ook om de mensen die het een beetje moeilijker hadden te helpen. Op welke wijze dan ook.

Hoe zou ik nu God omschrijven ?
God blijft voor mij iets onwezenlijks, iets wat niet echt tastbaar is. Het is door gebeurtenissen dat je je kan afvragen als hij er nu is of niet ?
In kleine goede dingen die met je gebeuren, maar ook in de mindere periodes.
Ik vraag me soms af waar die keuze gemaakt wordt. Wie bepaalt wat er met je gebeurd ? Is er iemand die de touwtjes in handen heeft of is het louter toeval ?
En wat na je aardse leven ? Is er dan nog iets ? Ga je de God dan eindelijk ontmoeten ?
Ik vind het vreemd en raar te gelijk om hier zo over na te denken?

Opdracht: lezen van de kinderbijbel

Voor deze opdracht kies ik de kinderbijbel Koning op een Ezel van Nico ter Linden.
Ik moet zeggen dat dit een opdracht was waar ik het meeste tegenop zag. Het was immers al heel lang geleden dat ik een boek gelezen had, laat staan een bijbel.
Toch moet ik zeggen dat dit boek me een beetje verrast heeft. Ondanks zijn 250 blz kon ik op een relatief korte tijd dit boek volledig uitlezen.
Deze bijbel wordt voorgesteld als een bundeling van verhalen. Geschreven door Matteus en Lucas, 2 volgelingen van Jezus.
Zij vonden dat iedereen moest weten wat voor een man Jezus was en hoe hij geleefd had.
Er wordt in dit boek heel vaak een vergelijking gemaakt tussen Moses en Elia enerzijds en Jezus anderzijds. De verhalen over Jezus die men schreef waren gebeurtenissen die ze zelf hadden meegemaakt tijdens hun tocht met Jezus. Jezus vertelde tijdens deze reis heel veel verhalen en Lucas en Matteus vonden dat deze kostbare verhalen niet verloren mochten gaan. Maar niet alleen Jezus zijn verhalen moesten genoteerd worden. Onze 2 heren schreven zelf over het leven van Jezus, zijn spreuken, de goede dingen die hij gedaan heeft, enz ...

Wat me hierin opvalt is dat de verhalen die men mij vroeger vertelde, die ik als waarheid aan nam , hier niet als effectieve waarheid worden voorgesteld. Lucas en Matteus maken er een verhaal van, verzinnen er soms dingen bij, enz ...
Je geeft hier de ruimte aan kinderen om zelf na te denken over 't feit als al de verhalen over Jezus wel echt gebeurt zijn. Er wordt heel vaak een situatie voorgesteld, een gebeurtenis waar Jezus uiteindelijk iemand geneest, iemand doet lopen, een blinde laat zien. En telkens komt daar naar boven dat als je in iets gelooft, kan iets waarheid worden.
De verhalen worden je niet opgedrongen, het staat hier niet zwart op wit van dit is echt gebeurt, maar het doet je wel vragen stellen over wat er eventueel gebeurt kan zijn.

Is de persoon Jezus er echt geweest ? Is Moses er echt geweest ? Of zijn er vroeger een aantal zaken gebeurt waar men de hand van God in zag? En heeft men deze figuren gecreerd om God visueel voor te stellen ?

Zou Jezus er nu soms ook nog kunnen zijn ? Als er iets leuks voorvalt, of er gebeurt iets goed in je leven ? Daarom moet die persoon niet direct langs je staan maar hij is er misschien wel.

Dit zijn toch allemaal vragen die ik me eerlijk gezegd tot voor kort niet stelde.

Is dit de richting waar Godsdienstonderwijs naar streeft ? Soms even blijven stilstaan, na denken over wat er eventueel kan zijn. Kinderen de mogelijkheid geven om bewust na te denken over de persoon God. Was Jezus de visuele persoon die God moest voorstellen ? Of hebben de mensen deze persoon zelf gecreerd ?

Als je merkt dat je er zelf over begint na te denken, denk ik dat het lezen van deze bijbel wel nut heeft gehad om mijn zicht op 't godsdienstonderwijs te verruimen.

Kristoff

zondag 15 november 2009

Waarom rijdt Sint op het dak ?

Artikeltje uit de krant. Een 6 jarig jongetje vraagt zich af waarom de goedheiligman op het dak rijdt en door de schoorsteen gooit en niet zoals iedere normale mens door de deur komt ?

Heiligerkenner Staf de Ruyter weet hierop het antwoord :

De echte Nicolaas, bisschop van Myra, had geen paard en reed niet over daken. Schimmels werden enkel bereden door hooggeplaatse personen.
Het sintverhaal is een combinatie van Nicolaas als kindervriend en Germaanse sagen.
Hun oppergod Woda werd voorgesteld als een forse man met een lange baard, brede mantel en een helm met veren. In zijn hand hield hij een speer met aan het eind een kronkelende slang. Hij reed door de lucht op een wit paard en werd vergezeld door 2 raven, die hij erop uit stuurde om te kijken of de Germanen behoorlijk leefden.
De raven keken door het rookgat in Germaanse hutten. Later, toen de germanen christelijk waren geworden, wilde de jonge katholieke kerk de Germaanse riten vervangen door de christelijke en men vond in Sint Nicolaas een aannemelijke vervanger van Wodan.
Zo is Sinterklaas op een wit paard op de dagen gekomen en kruipen Zwarte Pieten door schoorstenen.

Lijkt me inderdaad ook beter om het op de huidige manier te vertellen :)

Kristoff

Opdracht 4 leerplan onderwerp.

Ik kies het leerplanonderwerp: " Mag ik zijn wie ik ben ". Dit thema sluit een beetje aan bij het lezen van het NAOMI tijdschrift.
Zoals daarstraks gemeld hebben kinderen nood aan een bepaald basisvertrouwen. Bij de overgang van kleuter naar lager onderwijs krijgt dit basisvertrouwen bij sommige kinderen een schok. Er komt veel nieuws op hen af, men moet op zoek naar een nieuw evenwicht.
Een kind gaat zijn thuissituatie niet thuislaten als hij de klas binnen stapt. Het is dus zeer belangrijk dat je als leerkacht ieders situatie aanvaard en hierop inspeelt.
Kinderen leren vooral aldoende dmv bepaalde gebeurtenissen. Wanneer ieder kind aan bod mag komen met zijn eigen mogelijkheden, groeit het antwoord op de vraag: " Mag ik zijn wie ik ben?"

Verschillende componenten die aan bod komen bij dit onderwerp:
  • Fundamentele basiscondities

Je werkt hier zeker aan het basisvertrouwen van het kind. Maar je leert hen ook dat iedereen met zijn eigen kwaliteiten ver kan geraken. Er zijn verschillen tussen henzelf en andere kinderen, maar je moet iedereen waarderen.

  • Verbondenheid

Je leert omgaan met andere kinderen. Het sociale aspect wordt benaderd. Je zit in een groep waar ieder kind andere kwaliteiten bezit. Hoe ga je hiermee om ?

  • Gevoeligheid voor goed en kwaad

Ik vind dat de gevoeligheid voor goed en kwaad hier ook aan bod komt. Hoe moet je reageren op iemand die niet mee kan, niet kan volgen ( pesten, enz.. ); Wat mag, wat mag niet ?

  • Verkennen in geloofstaal

Je leert Jezus herkennen als iemand die van elke mens houdt. Dit is een waarde die je je kinderen moet meegeven. Met enkele geloofsverhalen zie je dat Hij aandacht had voor mensen die zich niet bemind voelde. Zo moeten kinderen zich ook gedragen in het dagelijkse leven.

Als we kijken naar de krachtlijnen merken we dat kinderen kunnen groeien vanuit de geborgenheid van volwassenen.Je versterkt het basisvertrouwen van kinderen door de kennismaking met God als liefhebbende Vader. ( cyclus1)

De verbondenheid met andere komt hier zeker aan bod. Je probeert de Ik wijze te overstijgen en laat kinderen zien hoe ze zich moeten gedragen bij andere. De manier waarop Jezus omgaat met andere staat model voor ontmoeting tussen mensen en kinderen onderling. ( 2e cyclus)

Cyclus 3 komt bij dit onderwerp minder aan bod.

Naomi. Wil je mijn vriend zijn? ( uitgave september 2004)

Naomi is een geloofstijdschrift voor kinderen van 4 tot 7 jaar. Het is opgedeeld in een aantal verschillende segmenten : iets uit het alledaagse leven, een doe moment, een verhaaltje over Jezus of een ander Christelijk moment, enz ....

Voor de leerkrachten is er een aparte bijlage waarin staat uitgelegd hoe je een bepaalde godsdienst les kunt aanvangen.

Je ziet dat er in dit tijdschrift op een speelse manier wordt omgegaan met alledaagse situaties. Je leert de kinderen bepaalde waarden en geeft ze een bagage mee die ze voor de rest van hun leven nodig hebben.
In deze editie : "wil je mijn vriend zijn" komt het thema vriendjes kiezen aan bod. Waarom ga je met hem spelen en met haar niet ? Op wat baseer je je ? Men kijkt eerst in de eigen omgeving ( klasje) hoe de kinderen in zo'n situatie reageren. Er wordt dan op een heel eenvoudige manier de link met Jezus gelegd. Heeft Jezus ook vrienden ? Hoe kiest Jezus zijn vrienden ?
Er staan uitknipprentjes van Jezus en zijn Apostelen. Ik vind dat je op deze manier laat zien dat Jezus veel vrienden heeft, dat hij ze willekeurig kiest. En je leert hun ook al een klein beetje wie de Apostelen zijn.

Op een eenvoudige manier wordt ook de link gelegd met het dagelijkse leven. Zijn er mensen die leven zoals Jezus ? Die zich op hun manier gelijk Jezus gedragen ? Kennen de kleuters dergelijke mensen ?
Er wordt daarna aan hun persoonlijk gevraagd als zij een vriend van Jezus willen zijn. Waarom niet of waarom wel. Jezus heeft altijd goed willen doen. Je geeft hun dus een waarde mee om altijd proberen 't goede te doen.

Als ik dan kijk naar de geboden van een goed godsdienstonderwijs denk ik dat men hierin wel slaagt.

1) Wordt er op de groei van het kind ingespeeld ?
Ik denk dat dit hier wel duidelijk is. Kinderen willen graag gezien worden. Het is een soort basisbehoefte van iedereen. Dit verloopt natuurlijk niet vanzelf. Dit boekje wordt ook bij de start van het schooljaar uitgegeven. Het is dan zeer belangrijk dat kinderen in een nieuwe klas leren om elkaar te ontdekken,durven toe te stappen naar andere, enz ...
Hier kunnen de kinderen zelfs een heuse vriendenslinger maken.
2) Belangstelling opwekken voor elementen van het christelijk geloof ?
Je moet de kinderen hier het verhaal vertellen van Jezus en zijn vrienden. Je leert hun op een speelse manier het verhaal van de Blijde Boodschap en Jezus met zijn apostelen ( vrieden).
3) Kans aan de kinderen geven om zelf actief te leren, na te denken, enz... ?
Er wordt op een bepaald moment gevraagd aan de kleuters als men zelf vriend wil zijn van Jezus? Welke dingen zou jij willen doen en welke niet ?
4) Verscheidenheid binnen en buiten de klas ?
Er wordt in deze editie het verhaal verteld van Jean Vanier. Een persoon met veel vrienden, ze vormen samen een hechte familie. Hij houdt zich bezig met gehandicapten. Dit zijn mensen die veel vrienden nodig hebben.Er wordt duidelijk gemaakt dat ook nu, in het dagelijkse leven, mensen rondlopen die leven zoals Jezus toen. Ook wordt de aandacht gevestigd op vluchtelingenkampen in India. Hoe leven dergelijke mensen, wat is het verschil met ons?
5)Kinderen ruimte geven om hun geloof te uiten, te beleven, enz ... ?
Er staan veel knutselopdrachtjes in dit boekje. Maar ook een liedje op het einde waarin het hele thema nog eens duidelijk wordt. Je betrekt de kinderen op zo'n speelse manier dat het gemakkelijk wordt om degelijke thema's aan te brengen.

Dit boekje is een leuke manier om op een speelse manier kinderen bepaalde waarden mee te geven.